Vandaag is in Harderwijk het landelijke veldritseizoen begonnen en over drie weken gaat de Amsterdamse Crosscompetitie van start: het worden weer mooie tijden voor de liefhebber, maar een enkeling krijgt het moeilijk de komende vier maanden.
In Harderwijk was De Amstel slechts vertegenwoordigd bij de Amateurs en de Masters. De jeugd had er waarschijnlijk voor gekozen het wegseizoen nog wat te verlengen, wat niet zo’n gek idee was op deze (na)zomerdag.
Bij de Amateurs diehard ‘ontkenner’ Marcel Witte, nieuwbakken ‘ontkenner’ Bert Jan Hamer (de enige Amstelrenner met een privésponsor), Michael Breedt en Jort de Boer. Marcel en Michael hadden een stressvolle voorbereiding: hun transponder zat stevig aan de voorvork getieript, maar helaas aan de vork van hun wegfiets en die stond thuis. Na enig geharrewar kon er gelukkig een transponder gehuurd worden.
Jort had op basis van de punten die hij vorig seizoen in het post-NK-tijdperk bijeen had gesprokkeld de beste startpositie en hij reed aanvankelijk bij de eerste twintig in het immense startveld van meer dan 80 renners. Na een val was hij echter het ritme kwijt en zakte hij behoorlijk terug (37e). Ook Marcel, de man met de kracht en snelheid van een sterk wegseizoen in de benen, ging onderuit en haalde daarbij oude wonden open. Hij drong hierna niet echt meer aan en werd 47e. Bert Jan koerste degelijk naar een 52e plek, maar of de sponsor daar tevreden mee is? Michael bleef tegenslag bespaard, maar met een 21e plek viel hij net buiten de prijzen en de punten.
Bij de Masters eveneens een startveld van meer dan 80 man met daarbij een drietal van De Amstel: ‘niet- meer-ontkenner’ Jan van Herwijnen en de oude rivalen Willard Gerritsen en Jeroen van Hoeijen. Vooraf werden de excuses geïnventariseerd; een vast ritueel bij de Amstelmasters. Willard zette in met ‘bijna verkouden’ en ‘schakelproblemen’, Jeroen kwam met ‘trainingsachterstand’ en ‘het is mijn parcours niet’. Jan probeerde vervolgens een duit in het zakje te doen met ‘startstress’, maar dat werd door zijn clubgenoten weggehoond als excuus.
Willard was in de beginfase het eerste Amstelwiel in koers, Jan het laatste, maar de mannen zaten ‘op een zakdoek’. Nadat Jan zijn startstress had verteerd begon hij met zijn crossschoenen maat 47 de pedalen te ranselen en overstak hij achtereenvolgens Jeroen en Willard en nam hij vervolgens steeds meer afstand van zijn clubgenoten. Het eindresultaat was een 33e plek. Willard en Jeroen kwamen met elkaar in een groepje van een man of vijf terecht waarvan Willard zich in de eindsprint de snelste toonde: 37e. Jeroen wist zich kansloos tegen het verwoestende eindschot van Willard en bolde onder het motto ‘mijn tijd komt nog wel’ als 40e over de streep.