Naar de inhoud
27 nov 2010Nieuws

Nationale veldrit Hilversum.

Aan de vooravond van – alweer! – een van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen (de 1e veldrit van Ouderkerk) wenste een groot aantal Amstelrenners zich niet te sparen: het parcours van de nationale veldrit in Hilversum is te mooi om links te laten liggen. Een snel bosrondje met wat technische stukken erin, klimmetjes en neerdwarrelende sneeuwvlokjes: wie slaat dat nou over?

De Masters werd de meeste rust gegund tussen Hilversum en Ouderkerk, want zij openden het programma. Zo’n 70 Masters dromden rijendik samen op de smalle startstrook met daarbij Jeroen van Hoeijen, Brendan Divall en Willard Gerritsen. Willard (26e) verklaarde na afloop ‘niet de benen te hebben’, maar was hier misschien sprake van een ordinair nummertje zand in de ogen strooien voor de wedstrijd in Ouderkerk??? We zullen zien.

Het snelle parcours maakte de kans op foutjes groot. In de openingsfase was het ‘Rocket’ die met zijn raketten op vol vermogen enkele keren over het randje ging, wat Jeroen in staat stelde afstand van hem te nemen. Twee ronden voor het eind was het Jeroen’s beurt om te gaan stunten: op een lastig stuk schoot hij eerst rechts door het lint en na correctie (gewoon nog een keer door het lint), schoot hij aansluitend links door het lint en raakte hierin verstrikt. De parcoursrestaurateurs hadden het er maar druk mee. Hierdoor kwam Brendan langzij en de clubgenoten weken in de finale niet meer van elkaars wiel. In de laatste klim pakte Jeroen de kop en in de spint kwam Brendan er niet meer overheen: Jeroen 21, Brendan 22.

Hoewel Willard het verzoek heeft ingediend de stand in de zinloze onderlinge competities niet meer te updaten, kan de redactie hieraan niet voldoen. Zelfs zinloze competities kennen hun regels: eenmaal begonnen competities moeten afgemaakt worden, want er is niets zinlozer dan zinloze competities die gestaakt worden. De stand na Hilversum: Willard – Jeroen 2 – 8, Brendan – de rest 7 – 3.

Na de Masters was het de beurt aan de Amateurs. Bert Jan Hamer vatte de kern van het crossen goed samen in een posting op deze website: ‘”De massasprint vindt plaats aan het begin van de cross, alles wat daarna nog gebeurt is bijzaak. Soms haalt iemand je in, soms haal je zelf iemand in. That’s it. Je moet er van houden.”

Drie Amstelrenners aan het vertrek in Hilversum. In volgorde van oproep naar de start: Michael Breedt, altijd goed voor een krachtige start, Bert Jan Hamer, start minder krachtig, moet het niet hebben van vliegrondjes, en Jan van Herwijnen, start krachteloos – nee, dat niet, maar moet het dan hebben van een zware omloop waar renners zich aan vergalopperen. De massasprint bestond uit een vrijwel rechte strook van zo’n 300 meter, gevolgd door een drietal trage slingerbochten. Na het startschot was Michael geheel uit het zicht van de verslaggever verdwenen, pas bij de uitslag op papier dook hij weer op: geheel in lijn van de afgelopen weken, een prima 18de plek. Bert Jan Hamer wist in het zicht van de verslaggever een collega coureur zonder touché vast te rijden in een tak. Daarna kon hij zonder noemenswaardige inspanning inhalen – niet veel later sprong de verslaggever op zijn beurt over Bert Jan heen; daarvoor klonk het vanaf de kant: ‘dertigste’. De verslaggever deed intussen zijn best zo netjes mogelijk te rijden: op tijd schakelen, bochten goed aansnijden, handen onderin de beugel in de afdalingen, scherp door het zand, het schoot allemaal niet op. Met moeite kreeg hij wegrenner Henk de Jong (UWTC) uit het wiel, en toen (nee, voor deze keer niet) Pieter Heidema (UWTC) in zicht kwam en werd gelost, leek een redelijk notering in het verschiet. Op de streep nog geklopt door een renner die tot voor kort overzomerde door bergen en rotsen te beklimmen. Resultaat van deze exercitie: Bert Jan 35ste, Jan 29ste.

Verder kwamen nog aan het vertrek: Max van de Water (16e) en Ewoud Hartemink (DNF i.v.m. matriaalmalheur) bij de Nieuwelingen en Bertrand Hartemink (17e) bij de Junioren.